Beijing (deel 3)
Hoi hoi
Vol goede hoop stapten wij in de trein van Xi'an naar Beijing. Het laatste lange stuk reizen door China. Helaas bleek de wagon geen hardsleepers, zoals gepland, te bevatten, maar zagen we alleen maar hardseets. Hier hadden we niet voor betaald! Het hostel heeft dus een foute bestelling gemaakt voor ons en hier ook nog eens 100 RMB servicekosten voor gevangen... Achja, weinig aan te doen en die laatste 11 uur op een hardseet hebben we uiteindelijk ook overleefd, hoewel dit wel de minst leuke trein was en we ook veruit het slechtst geslapen hebben.
Aangekomen in Beijing hebben we onze tassen gedumpt bij het hostel en gingen we meteen daar verder waar we 4 weken geleden gestopt zijn: Het verkennen van de bezienswaardigheden in de stad. Eigenlijk hadden we alleen nog het Zomerpaleis te gaan en dus was dit ook ons doel. Het zomerpaleis is een enorm park met meren en eilanden, tempel en paviljoens, pagodes en parken, overdekte gangen en prachtige bruggen etc. etc. en dat allemaal zodat de keizer de zomer in stijl door kon brengen. We hebben ons hier meer dan 5 uur vermaakt en kunnen het aan iedereen aanraden, ook al is het een beetje toeristisch. Het was al laat in de middag toen we bij het zomerpaleis weggingen.
Een beetje te later dan afgesproken (een uurtje...) kwamen we weer terug in ons hostel. Hier hadden we met de vader van Johannes afgesproken die door een toeval ook in Beijing was. Samen met hem zijn we nog een keer naar de Drum en Bell Tower gegaan, immers had pa deze nog niet gezien. Deze keer kregen we zelfs een drumvoorstelling in de Drum Tower, wat wel heel leuk was om mee te maken. Hierna sprongen we op de metro en was het tijd om weer een ander deel van Beijing te verkennen.
We gingen naar het hotel van Johannes' vader. Dit lag buiten de 4e ring van Beijing en heel dichtbij de Olympische stadia. Eerst was het echter tijd om te gaan eten. We zijn gewoon een random restaurant binnen gegaan en hebben een paar plaatjes aangewezen en bestelden noedelsoep m.b.v. de lonely planet. Helaas kregen we iets dat we niet hadden verwacht: 3 geroosterde kippenvoeten, met huid en nagels. Pa durfde niet, maar wij zijn geen chickens en we hebben allebei een teen van de poot afgebeten en opgegeten. Na nog een beetje geknabbeld te hebben, was het wel mooi geweest en gingen we gewoon onze noedelsoep met mosselen eten. Na het eten liepen we naar de Olympische stadia. Als eerste zagen we het Vogelnest, wat ontzettend indrukwekkend en ook nog eens mooi belicht was. Hier hebben we een hoop foto's genomen. Naast het Vogelnest ligt het zwemstadion en ook dit gaf een mooie lichtshow. Naast deze twee stadia staat ook nog de Olympische pagode. Dit is een ontzettend moderne versie van een pagode, maar ook dit gaf mooi licht. Op het plein tussen de stadia heeft de pa van Johannes een 200 meter lange vlieger (die uit heel veel kleine vliegers bestond) voor ons gekocht en konden we deze meteen laten vliegen. Uiteindelijk was het toch tijd om naar bed te gaan, want morgen moeten we vroeg op aangezien we om 11:40 met het vliegtuig weer terug gaan.
De volgende dag zijn hebben we nog genoten van een lekker ontbijt en toen zijn we met de metro en de airport express naar het vliegveld gereisd. Tegen 11:40 verlieten we China en rond 19:20 kwamen we, na een perfecte vliegreis, op Schiphol aan. We betrapten onszelf erop dat we China toen al misten...
Het is een geweldige vakantie geweest en we hebben geen enkele negatieve herinnering eraan over gehouden. De mensen zijn zo aardig en het eten is (meestal) hartstikke lekker. We kunnen het land aan iedereen aanraden. Het is zo ontzettend groot en vol ongerepte natuur en eeuwenoude cultuur, maar aan de andere kant ook vol wereldsteden. We zullen onze tijd in China nooit vergeten en we weten nu al zeker dat we nog een keer terug gaan.
We hopen dat jullie met veel plezier onze blog hebben gevolgd en naar onze foto's gekeken hebben. Bij deze bedankt voor al jullie reacties, we hebben ervan genoten.
Groetjes Sophie en Johannes
Chengdu & Xi'an
Hoi,
De dag nadat we terug zijn gekomen van Emei Shan, hebben we een dagtrip naar Chengdu gemaakt. Chengdu is een grote, vrij moderne stad (4 miljoen inwoners, en met 10-baanse éénrichtingswegen door het centrum heen), die een paar uur verderop ligt. Om 12 uur kwamen we pas aan, dus veel tijd hadden we helaas niet. Na weer een gevalletje van instant-verdwaaldheid (Chengdu is een doolhof en de bus had ons natuurlijk in een random straat afgezet) vroegen we aan een groepje Westeners waar we in godsnaam waren en kregen we meteen hun kaart cadeau. Deze kaart heeft ons gedurende de dag ontzettend veel geholpen. Als eerste namen we een taxi naar het centrum van de stad waar we een heel grote boekenwinkel (op verzoek van Sophie) ingingen. We kwamen echter naar buiten met een nieuw boek voor Johannes: 'The greatsest Show on Earth' van Richard Dawkins. -Ik moest me eigenlijk schamen dat ik het nu pas koop... Vervolgens liepen we door richting het midden van de stad waar (hoe kan het ook anders) een Megamao staat. Vanuit hier zijn liepen we naar het Peoples park waar we in een theehuisje zijn gaan zitten, waar we Chrysanten- (Sophie) en Jasmijnthee (Johannes) hebben gedronken. We konden hier ook een massage krijgen en ons oorsmeer laten verwijderen (niet gedaan, we zijn watjes). Hierna zijn we doorgelopen naar de Green Ram Tempel; deze had een erg mooie tuin en er staan in deze tempel een hoop bronzen beelden van dieren (waar je niet op mag klimmen als je westers bent, zo ondervond Johannes). Na deze tempel wilden we nog de andere grote tempel van de stad bekijken: de Wenshu Tempel. We namen de stadsbus en met de hulp van minstens 5 Chinezen stapten we op de goede halte uit. We waren net op tijd, want de tempel sloot zo ongeveer achter onze kont. Deze tempel was nog mooier, had een nog grotere en mooiere tuin en een stuk of 50 monniken die net begonnen te bidden. In één woord indrukwekkend. Hierna zijn we de straatjes een beetje doorgeslenterd, vond Sophie nog 3 gekopieerde boeken die haar wel interesseerden en toen het tijd was om terug te gaan naar Emei Shan namen we de stadsbus naar het lange afstandsbusstation. 'S Avonds kropen we snel in onze muffe (we hadden al onze natte kleren door de kamer verspreid in de valse hoop dat ze zouden drogen) bedjes en was het tijd om te slapen.
De volgende ochtend genoten we van een flink ontbijt en namen we, zoals ons aanbevolen was, bus 5 om bij het treinstation te komen. Helaas was dit geen uitzondering op de regel dat je in China niet afgezet wordt waar je hoopt, dus namen we nog een riksja naar het busstation door de stromende regen. Dit bleek een reis van een dik half uur en gaven we onze eerste fooi van de trip (Chinezen houden niet van fooi, maar deze wel). In het treinstation ging het hek speciaal voor ons nog even open en zaten we 5 minuten later opgelucht in de trein, klaar voor de volgende kill yo self: 20 uur hardseet. Maar als we 29 uur kunnen, kunnen we dit ook. Eerst werden we wat raar aangekeken maar snel waren we de attractie van de wagon en hadden we massa's mensen om ons heen. Macaizu is een echte vriend geworden. We waren de eerste buitenlanders die hij in zijn leven zag en hij was heel vereerd om ons te ontmoeten. We hebben zijn adres en als we terug gaan naar China komen we langs en hij beloofde een varken of een koe voor ons te slachten als we zouden komen! (dit snapten we pas toen hij het tekende, met zwaard en al). We kregen van hem als aandenken een origamihartje met een bloem erop, gevouwen uit een 1 Yuan-briefje met, met moeite, friend erop geschreven. Het was een geweldige treinreis.
Om 5:40 kwamen we aan in onze één na laatste bestemming in China: Xi'an. Hoewel het hostel 500 meter van het treinstation zit, moesten we een soort gemotoriseerde riksja huren om het te vinden, maar we hadden dan ook nog geen kaart... Even onze spullen gedumpt en toen vertrokken we alweer om ontbijt te vinden. Na een soort pitabroodje met koude vlees en botten (echt niet te vreten) hebben we de doodszonde begaan: McDonalds. Dit was gewoon het enige wat al open was en geen bot in vaste vorm in het eten had. Na dit ontbijt namen we de bus naar De grote attractie van Xi'an: Het terracotta leger. We kwamen hier precies op tijd aan en de poorten gingen net open. Hierdoor waren bijna alleen in de hallen, wat echt een prestatie is. Het leger was erg gaaf en veel soldaten zijn in goede staat. Helaas was het minder indrukkend dan we verwacht hadden. In de eerste hal zouden er meer dan 6000 staan en er stonden veel minder. We hadden het gevoel dat flink wat soldaten op andere plekken in de wereld waren. Toch zijn we blij dat we hierheen gegaan zijn, bovendien kregen we 50% korting omdat we studenten zijn. Terug in Xi'an konden we onze superfancy kamer met lichtgevende poster, flatscreen en (helaas) een glazen wand die badkamer en wc van slaapkamer scheidt in. Snel even spaghetti op z'n chinees gegeten en toen gingen we Xi'an verkennen. Eerst naar de Drum en Bell tower, die veel leken op die in Beijing, alleen dat hier ook buiten bellen en trommels zijn. We zijn ook even een megashoppingcenter ingeweest om erachter te komen dat hier alles even duur was als in Nederland... Jammer. Toen zijn we maar snel de moslimwijk ingedoken, die het leukste deel van heel Xi'an bleek te zijn. We hebben ons een paar uur vermaakt met honderden kleine kraampjes met souvenirs en eten. Het geld vloeide tussen onze vingers door, maar we hebben er veel voor terug gekregen en het eten hier is ontzettend lekker. Veel beter dan broodje bot. We hebben onder andere kwarteleieren op een stokje, gevulde zoete aardappel, een soort pizzabodem, gebak dat meer leek op pindakaas met bladerdeeg en nog veel meer lekkers opgesmikkeld. Na het geshop was het tijd voor een andere bezienswaardigheid van de stad: de grote Moskee. Dit is niet een moskee zoals men ze kent uit Turkije, maar het is een Boeddhistische tempel met de Boeddha's vervangen door gebedsmatjes. Zelfs de minaret is een pagode, heel erg leuk dus. Ondertussen was het alweer donker geworden en liepen we terug naar het hostel. Onderweg kwamen we nog langs een heuse rolschaatsdisco en konden we niet anders dan hier even te stoppen om te kijken. Na dit relict uit de 70ties zijn we nog een park ingegaan om weer een soort fitnessspeeltuin tegen te komen. Hier hebben we tussen plaatselijke Chinezen even meegefitnessed, tot grote vreugde van de Chinezen. Nu was het toch echt tijd voor bed.
De volgende dag werden we wakker met... regen. Van die regen waarvan je meteen al weet dat ie de hele dag niet op gaat houden. Dus zijn we er, na wat gerek en geklets in het cafeetje van ons hostel, gewoon opuit gegaan (gewapend met een XXL-paraplu). Eerst hebben we een stuk gewandeld langs de stadsmuur, op weg naar een lamatempel. Eenmaal aangekomen bleek de ticketoffice gesloten te zijn, en konden we gratis naar binnen, om daar de hele tempel voor onszelf te hebben (de rest van de toeristen zit met dit weer ongelukkig te zijn in de hotelbar). De tempel was echt supertof, ondanks de regen, en na een tijdje lekker rondkijken zijn we op pad gegaan richting de West Moskee. Deze ziet er heel erg ‘Arabisch' uit, vergeleken met de moskee van gisteren, al is het er binnen wel net zo kleurrijk als we van Chinese tempels gewend zijn. Na nog een moskee en weer wat heerlijke snacks waren we de regen zat en zijn we weer naar ons hotel gewandeld om mee te chillen met de rest van de toeristen. Straks op de trein naar Beijing (hardsleeper voor de verandering), met in onze tas een flinke stapel pindakaaskoekjes.
Groetjes!
(Sorry voor de megapost)
Leshan & Emei Shan
Hoi!
We zijn weer een paar dagen en heel wat kilometers verder.. Na een bus van Shangri-La naar Lijiang (4 uur), een overnachting, de bus van Lijiang naar Panzhihua (waarin onze achterbuurvrouw de volle 8 uur heeft zitten overgeven), en direct daarna de trein naar Emei (10,5 uur en allebei een bedje in een andere coupé) kwamen we aan in Emei - om meteen weer door te reizennaar Leshan.
In Leshan heeft een monnik heeeel lang geledenbesloten dat er een Boeddha van 71 meter hoog uit een klif gehakt moest worden, zodat het water niet meer zo wild zou zijn. Blijkt datdieBoeddha niet alleen heeft gewerkt(door al dat gehakin de steen is de rivier nu ondiep en rustig),hij is ook nog eens heel erg tof.Jammergenoeg vindt half China hem ook de moeite waard om te bekijken, dus het is wel een tijdje in de rij staan voordat je je superklein mag voelen als je bij zijn tenen mag staan (de voeten zijn bijv. 8 meter lang). Bij zijn hoofd (boven op de berg dus) liggen heel wat tempels waar we ons goed mee hebben vermaakt. Na een uur of twee besloten we toch maar in de rij te gaan staan, en twee uur later stonden we bij zijn tenen. Adembenemend! Na nog een tempel en de tofste brug van de vakantie zijn we maar weer naar Emei gegaan om eens goed uit te rusten.
De volgende dag zijn we de berg op gegaan; Emei Shan is een boeddhistische berg van een dikke 3000 meter hoog en staat vol met tempels. Omdat we drie volle dagen op de berg hadden gepland, besloten we de langste route te nemen en eenhalf uur na vertrek bij ons hotel liepen we al (semi-verdwaald) door de jungle. Gelukkig waren we snel op het goede pad en hebben we de hele dag van prachtige natuur kunnen genieten (die vaak wel in dikke mist gehuld was, maar dat kon de pret niet drukken). We zijn uiteindelijjk twee keer de mist in gegaan en moesten terug lopen, maar na tijdje kwamen we bij de naughty monkey zone aan en wisten we dat we weer goed zaten. We hadden op de muur van ons hostel al genoeg over de monkeys gelezen (Beat the monkeys if you can and give them a look of death they'll never forget) dus we waren wel benieuwd hoe die monkeys nu waren. Het bleek min of meer een soort grote dierentuin zonder hekken te zijn waar alle chinezen samen komen om de Tibetaanse makaken te zien. De monkeys springen dan soms op iemands hoofd en dat was het met de naugthy, dus wij vonden het allemaal nogal mee vallen. Na een paar uur lopen kwamen we echter wat wilde monkeys tegen en eentje kwam met veel gegrom en ontblote tanden op Johannes af en stal van hem na een battle op leven en dood een fles Sprite.Helaas voor de monkey zat er geen dop op de flesen werd deSpriteverspild. Dus nu wilde hij Sophie's Sprite, maar toen kwamde monnik met een bamboestok en verjaagdede monkey. Later op de reis hebben we nog meer aanvaringen gehad met de monkeys en snapten we de quotes op de muur. Ook begrepen we nu waaromelke hiker eenbamboestok heeft en waren we de man dieSophie zomaar een stok gaf heel erg dankbaar.
Het was een lange dag, en en net toen we dachten er bijna te zijn bleek ons kaartje er nogal naast te zitten qua afstanden (6 kilometer bleek 15 kilometer). Dus toen wij om kwart voor 6 aankwamen bij een klooster werd ons aangeraden om niet meer door te gaan (gevaar voor ontvoering door apen in het donker). Eigenwijs als wij zijn gingen wij natuurlijk gewoon door, en klommen we 15 superstijle kilometers in één uur en drie kwartier om zo net voor donker aan te komen (hiephiephoera voor de conditie van Sophie!).De tempel waar we aankwamen na onze ultrahike bleek hartstikke gezellig en terwjil de monniken bezig waren met hun avondgebed gingen we richting onze slaapzaal. Deze deelden we met twee Nieuw-Zeelandse superhippies die ons nog een paar uur verhalen vertelden over hun Inner Light, de kanker die Coca Cola de wereld bezorgd en hun connecties met vogels ('Birds are the antennas to the stars'). We hebben in ieder geval wel een logeeraders in Nieuw Zeeland en het was heel gezellig.
De volgende ochtend stond Johannes vroeg op om te vogelen, en werd Sophie wakker met een nieuwsgierigeaap in de kamer. Heel de tempel bleekvol te zitten met aapjes en na een enorm vies tempel ontbijt (rijstepap, stinkend gekookt ei en ongebakken plakbrood) zijn we maar op pad gegaan om onderweg nog een tweede ontbijt te pakken. Weggaan bleek moeilijker dan gedacht, aangezien Johannes het slim vond om koekjes te pakken recht voor de neus van een aap. Het was weer een geweldige tocht omhoog, en we zagen de natuur veranderen hoe hoger we kwamen. De paar kilometer voor de top werden we gejoind door een paar duizend Chinese toeristen die met de bus en kabelbaan naarboven gingen. De wandeling naar de top werd niet beloond met een uitzicht (puur en alleen mist), maar wel met een toffe, goudentempel en een gestreeld ego omdat we zo goed kunnen traplopen.
Daarna zijn we de dag weer kamikazestijl geëindigd, door in de laatste twee uur licht nog een flink stuk af te dalen naar de Elephant Bathing Pool om te slapen. (Totaal van dag 2: 1000 meter omhoog geklommen, 500 meter omlaag.)
Dag 3 begon veel te vroeg door kletterende regen op ons dak, trommelende monniken in de hal en een spionerende aap op ons dakraam. Het heeft de hele dag geregend, dus de afdaling van 2000 meter(eigenlijk bedoeld om foto's te maken) bleek nogal hels. Het lijkt er helaas ook niet op dat de regen (lees: monsoon)de komende dagen op gaat houden, dus we verzachten onze pijn met wat extra biertjes en doen het nu rustig aan in ons hotel. Al met al kijken we terug op een heerlijke hike door prachtig mistig evergreen woud en naaldbos met massa's tempels erop. We hebben leuke mensen (en apen) ontmoet en ontzettend veel beestjes gezien (van eindeloos veel insecten, de broertjes van super earthworm Jim, supercute puppies etc etc) en Johannes heeft nu meer dan 100 vogelsoorten in China gezien. De berg is een absolute aanrader voor iedereen die geen hekel heeft aan trappen!
Groetjes van twee verzopen katjes
Shangri La
Hallo!
Na de Tiger Leaping Gorge gedaan te hebben, waren we weer in Lijiang. Vanuit hier zouden we eigenlijk naar een paar dorpjes in het noorden gaan. Helaas reed de bus niet in die richting. We hadden dus een alternatief nodig, aangezien we geen zin hadden in nog een dag Lijiang. De keuze was vrij snel gemaakt: Shangri La. Deze stad ligt 5 uur busreis richting noordwesten. Richting Tibet dus. Dat is ook goed te zien aan de stad, want er leven erg veel Tibetanen in dit stukje Yunnan. We gingen dus naar het busstation en een half uur later zaten we al in de bus. Dat ging dus als gesmeerd. 4,5 uur later stonden we al in de stad en het eerste wat we zagen was een loslopend varken dat de straat over stak. Na een korte taxirit en een wandeling door de oude binnenstad hadden we snel een hostel gevonden. Daarna was het verkennen geblazen. We bekeken de oude binnenstad, twee tempels en zelfs twee musea (over het rode leger en over Tibet) en alles was voor de afwisseling eens gratis. Wat opviel is dat hier alles weer totaal anders is dan in de rest van Yunnan. Er hangt echt een Tibetaans sfeertje. In de binnenstad kwamen we twee bekende gezichten tegen. Het waren de twee Canadezen die we al in Guanxi en in de Tiger Leaping Gorge tegen waren gekomen. China is blijkbaar erg klein als het om backpackers gaat. Na het vieste avondmaal van de trip tot nu toe liepen we nog even door de stad kwamen we ook nog de Vincent en Marie, de twee Fransen die samen met ons 29 uur in de trein hadden gezeten, tegen. We hebben even met hen gekletst en ze vertelden ons over Napa lake, ons eigenlijke doel voor de volgende dag. Wat we hoorden deed ons besluiten niet die kant op de gaan. Ze hadden namelijk een dode baby tussen de dode paarden in het meer gezien... Na afscheid van hen genomen te hebben was het toch tijd om te gaan slapen en onder weg naar het hostel zagen we nog dat alle locals in een kring aan het dansen waren op een plein. Even bleven we staan en daarna gingen we slapen in onze fancy kamer met een glitterende badkamer (letterlijk).
De volgende ochtend ging de wekker eens niet zo vroeg en stonden we rustig op, ontbeten op het centrale plein en toen besloten we om fietsen te huren. Zo konden we naar het Sumtseling Klooster. Dit is een erg groot Boeddhistisch klooster in een tibetaanse stijl. De entree was belachelijk duur en toen we het klooster zagen bleek het grootste gebouw geheel in de steigers te staan... Een beetje jammer. We zijn ruim twee uur rond gelopen in het klooster en het was wel ontzettend mooi en groot. Het was bijna een eigen stadje. Wat wel opviel is dat veel van de 600 monniken die hier wonen een spiegelreflex camera en een luxe auto kunnen betalen. Ook de donaties die het klooster krijgt zijn bizar, overal ligt geld... Dit is toch niet het idee van Boeddhisme? Na het klooster zijn we nog om het meer dat voor het klooster ligt gelopen. Dit was erg mooi, maar geen meer, maar meer een moeras te noemen. Vervolgens stapten we op de fiets en zijn we zonder bestemming over de bergen die Shangri La omringen gefietst. Achter deze bergen liggen eindeloze graslanden en moerassen waar de yaks grazen. Hier zijn we meteen van de grote weg af gegaan en gingen we off roaden dwars door dit landschap. Het is zo prachtig, hoewel het moerasgedeelte nogal tricky is. Nadat Johannes echter inclusief fiets tot zijn knieën in het modderwater zat hadden we een goed gevoel voor wat we wel en wat we niet konden doen. We hebben veel yaks gezien en het doel van Johannes was het om er eentje te knuffelen. Toen hij het probeerde begon deze echter gervaarlijk met zijn hoorns te zwaaien en besloot hij om deze wens een andere keer waar te maken. (De yaks hier zijn toch maar kruisingen met normale koeien en zijn dus eigenlijk nepyaks) De weg uit de graslanden was iets lastiger dan de weg erin, maar na een hoop genavigeer om moerassige stukken, kanalen en halsbrekende toeren over 'bruggen' die uit een boomstam bestaan hadden we de verharde weg weer bereikt. Na een tijdje waren we weer in Shangri La en was het tijd voor een goede maaltijd. Deze keer voor een goede westerse maaltijd. Het was zo lekker (Ultimate Chickenburger met friet en voor Sophie heel veel kaas (is hier moeilijk aan te komen) en groente) en nu we bijgetankt waren gingen we nog een heuvel aan de rand van de stad beklimmen. Vanuit het kleine tempeltje dat hierop lag hadden we een schitterend uitzicht over het nachtelijke Shangri La. Na weer genoten te hebben van de dansende mensen op het marktplein gingen we slapen.
De volgende dag gingen we dit stadje aan de rand van de Himalaya weer verlaten. Eerst hebben we weer gegeten bij het restaurant van gisteren (weer veel kaas) en hebben we hier ook nog de rest van onze tour geprobeerd te plannen. Het is een beetje lastig om bij onze volgende bestemming te komen, maar dat komt goed. Nog even het laatste tempeltje in de stad bekeken en toen buskaartjes gekocht. Helaas moesten we 2,5 uur wachten op de bus. In Yunnan zijn de bussen in tegenstelling tot Guanxi niet particulier en is er maar een beperkt aantal bussen waarvoor je moet reserveren. Nog even hebben we een wandeling door de stad gemaakt en nu zitten we alweer in de bus terug naar Lijiang.
Groetjes van de vervelde neuzen
Tiger Leaping Gorge
'Tiger, let's go! Tiger, let's go!' Zo kwam onze taxichauffeuse het hotel binnen, om iedereen te verzamelen die mee zou gaan. Dat bleek toch wel een flink groepje te zijn, dus na een beetje geregel met het aantal busjes konden we op weg gaan naar de Tiger Leaping Gorge, voor een tweedaagse trek langs een prachtig landschap. Na wat geklets met een Amsterdammer in de bus, kwamen we na ongeveer 2,5 uur aan op bestemming en konden we vertrekken. Natuurlijk eerst even fout gelopen, maar anders zouden we Johannes en Sophie niet zijn natuurlijk. Het is allemaal een beetje moeilijk uit te leggen, dus kijk maar lekker foto's; de trek was middelzwaar en dus goed te doen voor ons, het uitzicht was ongelofelijk gaaf en we hebben weer heel wat leuke mensen ontmoet. Het eerste stuk hebben we doorgebracht met Joris de Amsterdammer en zijn vriendin, en halverwege de dag zijn we met een Canadees en een Fransman (die absoluut gestoord waren, en een tas bij hadden met o.a. een fles wijn, drie flessen water, een pot instant koffie, een fles sap, zaklampen en ga zo maar door, het woog in ieder geval meer dan onze maandrugzakken) samen gelopen. Onderweg hebben we voor het eerst cactusfruit geproefd; lekker, smaakt naar meloen. Net voor het zwaarste deel van de trek kwamen we aan bij een huisje en hebben we appels gegeten, terwijl de eigenaresse vroeg of we niet wat 'smokeysmokey' wilden voor onderweg, wijzend naar enorme zakken wiet (de Canadees had daar blijkbaar we zin in). We hebben in ieder geval weer dikke lol gehad, en toen we 's avonds aankwamen in ons hotel (Halfway Hostel; dat best wel wat verder dan halfway was, maar zelfs de wc's hadden uitzicht) ging de pret maar door. Het uitzicht van het dakterras was echt super, het bier was goedkoop, en de fles wijn van de Fransman moest natuurlijk op.
De volgende dag zijn we, na pannenkoeken met appel, banaan en honing, weer op pad gegaan, dit keer voor het eerst met z'n tweeën. De tweede dag bleek nog waanzinniger dan de eerste. Onderweg kwamen we een paar keer een Brits stel uit ons hotel tegen dat best even vermeld mag worden; zij ging te paard en hij (niet meer de jongste) hield dat paard te voet bij. Op het einde van de route ligt Tina's Hotel, en iets verderop ligt Sean's, wat eigenlijk ons doel was. We besloten de alternatieve route te nemen, want die zou door een bamboebos gaan. Het bleek een goede keuze, maar niet de gemakkelijkste. Het bos was tof en we hebben lekker gechill't op een soort strandje bij een waterval, alleen voorbij die waterval ging onze weg ineens een lachwekkend steile berg op, over een geitenpad. Met veel struggels hebben we het gehaald, en voor de verandering ging het Sophie eens een keer gemakkelijker af dan Johannes (goed teken!). Boven op de berg werden we beloond met een walnotentuin met de ultieme Sound-of-Music-feel. Op de weg naar beneden gingen de pijlen die ons richting Sean's wezen ineens in een rondje en moesten we de weg vragen aan locals, die ons helaaspindakaas naar Tina's stuurden (dus dat was 2 uur trekken voor 200 meter). Daar kwamen we echter wel onze nieuwe vrienden tegen, inclusief de Duitser en twee Canadezen die we in Guilin al eerder hadden ontmoet en twee Amerikaanse meisjes (Helen en Rebecca). Met hun besloten we naar beneden te gaan om de rivier van dichtbij te bekijken, wat nog best wel een heel stuk afdalen betekende (incl. met ijzeren ladders omlaag). Maakt niet uit, want het was supertof, en we hebben er uiteindelijk een zwembadparty in de waterval van gemaakt. Kleren uit, even doorbijten en dan lekker rotsklauteren en zwemmen; we waren echte trendsetters. En niet te vergeten, we hebben de Yangtze-rivier aangeraakt (als je daar in gaat zwemmen ben je dood, punt.). Uiteindelijk weer omhoog geklommen met de Amerikaanse meisjes, en gelukkig nog twee mensen tegengekomen bij Tina's, zodat we een minibus konden huren naar het begin van de trek. Helaas stond er 4 kilometer voor aankomst een vrachtwagen dwars op de weg (per ongeluk natuurlijk), en moesten we overstappen en weer betalen. Daar met veel moeite nog een minibus geregeld naar Lijiang (omdat er aan de weg gewerkt werd waren er niet veel taxi's, maar het was ook de reden dat we geen entree hoefden te betalen). De chauffeur wist de weg in Lijiang niet, waardoor we daar nog eens moesten overstappen. We waren dus vrij laat bij het hotel, waar we na een welverdiende douche het hangslot van onze kamer onmogelijk open kregen en dus opgesloten zaten. Een kerel van het hotel moest door ons raam naar binnen klimmen en kreeg het slot natuurlijk WEL open (zucht, schaam). Daarna gaan eten, om er terwijl het eten op de barbercue lag achter te komen dat het kwart voor 12 was (12 uur sluit ons hotel), dus snel de stokjes van de grill gepakt en het op een rennen gezet om op tijd te zijn. De avond was dus een beetje een tegenvaller in vergelijk met de rest van de dag.
Maarja, waar het om gaat; wij hebben het heerlijk gehad. Een fantastisch uitzicht, supervette planten gezien (wilde rododendron, afrikaantjes, buxus en edelweiss bijvoorbeeld), superleuke mensen ontmoet en .... 10 nieuwe soorten voor Johannes (joehoe!).
Het was dikke pret en echt een aanrader, groetjes vanuit de bus naar Shangri-La.
Kunming & Lijiang
Hoi hoi
Ondertussen hebben wij de provincieGuanxi achter ons gelaten en zijn we na een perfecte vlucht aangekomen in Kunming, de hoofdstad van de provincie Yunnan. Na een korte en goedkope taxirit kwamen we bij ons hostel aan en werden we meteen overweldigd door de neonlichten en de technomuziek diedoor alle cafés rond ons hotel werd uitgezonden. Dat was echt een groot verschil met het kleine visserdorpje Daxu! Ons hostel bleek niet minder rustig te zijn. Hoewel twee mensen geen slaapplaats kregen ondanks een reservering, konden wij in no time onze kleine, maar leuke, kamer in. Na een korte wandeling door het uitgaanscentrum van de stad (met securityguards met helmen, kogelvrije vesten en shockstocks voor elke kroeg) en een biertje op het dakterras van ons hostel zijn we naar bed gegaan.
De volgende dag genoten we van een stevig ontbijt en vertrokken we samen met Jos, een Nederlandse backpacker, Kunming in om de bezienswaardigheden te bekijken. Samen genoten we van de twee pagoden, een mooie stadspoort, het green lake park (met kermis en massa's dansende mensen) en een toffe tempel met drie meter hoge high-five-ende draken omgeven door gouden boeddha's. Nadat we al deze dingen gezien hadden kwamen we tot de conclusie dat we eigenlijk alle leuke dingen in Kunming al hadden gezien en dat het pas 14:00 uur was. Het besluit om op het dakterras van het Hump Hostel een biertje te gaan doen en te gaan kaarten totdat wij naar het busstation moesten was vrij snel genomen. Na een flink aantal uur toepen en pesten en een heerlijke maaltijd was het toch tijd om afscheid te nemen. Het was namelijk al 21:30 en onze bus vertrok om 22:00, bovendien hadden wegeen idee waar we moesten zijn... De taxichauffeur kon ook al geen Engels maar we kwamen na een hoop hints perfect op tijd aan om de slaapbus naar Lijiang te nemen. De bus was perfect en na een kort praatje met Amber, een Amerikaanse backpacker, was het tijd om te gaan slapen.
Om 7:30, een half uur voor op schema, kwamen we aan in Lijiang. Samen met Amber, die ook bij Mama Naxi overnachtte, namen we een taxi en om 8:30 waren we onze tassen kwijt en vulden we onze buikjes met banana-pancakes. Even later was onze kamer al klaar en na ons even opgefrist te hebben, was het tijd om de stad te gaan verkennen. Lijiang is een oude stad vol met erg leuke kleine huisjes. Het is er wel erg toeristisch en het stikt er van de souvenierwinkeltjes. Desalniettemin heeft de oude stad eenonmiskenbare charme. Nadat we een flinke tijd door de stad, die echt een doolhof is, geflaneerd hebben, vertrokken we richting het Black Dragon Pool Park. De entree van dit park bleek 60 RMB (6 euro) te zijn, maar een vrouwtje sneakte ons er voor 30 RMB in. Het park is naar onze mening niet zijn geld waard, ook al kun je hier een van de meest gefotografeerde punten van China zien: de Black Dragon Pool met de Five Arch Bridge en een tempel met in de achtergrond de Jade Dragon Snow Mountain met een fancy gletsjer erop. De berg is echter belachelijk vaak in wolken gehuld dus kun je voor 1 euro de berg erbij laten fotoshoppen... Het is voor de rest ook een leuk park en we hebben hier ook nog Elephant Trunk Hill (ja, ze houden hier van dit soort namen....) beklommen, wat een mooi uitzicht over Lijiang opleverde, zowel over de oude stad als de nieuwe. Na het park liepen we terug naar de oude stad en hebben we lekker pizza en pasta gegeten. Omdat we niet heel veel hadden geslapen in de sleeperbus was het daarna wel tijd om naar huis te gaan. Johannes heeft even nog een handwas gedaan en samen hebben we nog even geblogd en toen was het ook alweer tijd om de matras te knuffelen.
6:30 ging genadeloos de wekker en hesen we ons moeizaam overeind om Lijiang zonder toeristen te bekijken. Dit is redelijk gelukt, hoewel het bij een klein rondje bleef, aangezien we nog niet ontbeten hadden en onze buikjes graag de banana pancakes van gisteren nog een keer voorbij zagen komen. Met gevulde buikjes huurden wetwee mountainbikes en gingen we op pad naar het 800 jaar oude dorpje Baisha. In de Lonely Planet staat dat het een tour van 20 a 30 minuten is. Helaas duurde het 2 a 3 keer zo lang en fietsten we een flink stuk over de snelweg... Eenmaal daar aangekomen was het de tocht wel waard en konden we genieten van slagers, die varkensbenen op straat klieven en een heel orkest dat eveneens op straat een het oefenen was. We hebben hier 2 uur rond geslenterd om na een snack (gebakken aardappelen met en zonder chili) door te fietsen richting het Puji klooster. Dit bleek een nog grotere nachtmerrie te zijn was de navigatie betreft. Na meer dan 20 Chinezen lastig gevallen te hebben, vonden we onszelf terug op een modderpad vol met koeiensporen dat vrij steil een berg op liep... Uiteindelijk hebben we een paar graven op de berg gevonden en gaven we de zoektocht maar op. We hadden wel een view waar je u tegen zegt. Op de terugweg hadden we onze eerste (!) regenbui van de trip (en hopelijk de laatste) maar gelukkig duurde die maar 5 minuten. In Lijiang dumpten we de fietsen en liepen we de stad in op zoek naar voedsel en dit vonden we zeker. We hebben voor 5 euro gebarbecued met eindeloos veel spiesjes, waaronder Yakvlees, Lotuswortel en Naxirol. Dit was allemaal ontzettend lekker en we beloofden de ober dat we terug zouden komen. Hierna hebben we nog even bij Mama Naxi met 2 backpackers gekletst, maar nu is het toch tijd voor het bedje. De wekker gaat morgen weer om 7:00.
Groetjes uit Yunnan
The Dragon's Backbone
Hallo!
Vanochtend zijn we weer vroeg opgestaan, om na een lekker ontbijtje de taxi te pakken naar Yangshuo, om daar vervolgens de bus te pakken naar Guilin. Daar moesten we overstappen op een andere bus, die ons wel ergens halverwege zou afzetten bij weer een ander overstappunt. Eenmaal uit de bus werden we meteen aangesproken, of we misschien een hotel wilden boeken. Natuurlijk wilden we dat, dus het vrouwtje vertelde ons dat we dan eerst nog een half uur in de taxi moesten, en daarna nog een uurtje lopen. Die wandeltocht bleek prachtig, maar het was wel een flinke wandeling bergop met backpack (wij wilden niet dat vrouwtjes van 60 onze tas zouden dragen). De gids was al snel zo lief om Sophie's tas over te nemen, en die te ruilen voor zijn mooie rieten hoed. De tocht voerde ons langs uitzichtpunten vanuit waar je, als je om je heen kijkt, overal enorme bergen vol met rijstterrassen kon zien, zover het oog reikt. Daarvoor zijn we hier natuurlijk ook, maar het is weer een gevalletje ‘mooier-dan-op-de-foto'. Halverwege nam een vrouwtje met belachelijk lang haar (dat is hier traditioneel, vrouwen hebben soms haar tot wel twee meter in een knot op hun hoofd) het over van onze gids, en besloot Sophie haar eigen tas maar weer te dragen. Ons hotel bleek de klim wel waard; van binnen is het simpel (compleet van hout en 2,50 euro pppn), maar vanuit het terras kan je genieten van een geweldig uitzicht. Na het eten hebben we onder het genot van een biertje naar een overvolle sterrenhemel zitten kijken (incl. één vallende ster) vanuit ons terrasje. Ohja, en onze drie huiskippen smikkelen lekker kippenvlees, omeletten en reuzenmotten.
De volgende dag zijn we om 5:30 (!) opgestaan om de zonsopkomst boven de 500 meter hoge rijstterassen mee te maken. Met een slaperige kop hebben we een wandeling van een kwartier gemaakt naar uitzichtplatform nummer 1. Vanuit hier is de zonsopkomst het mooist. Eenmaal daar aangekomen was het wachten geblazen, maar toen de zon eenmaal achter de bergen vandaan kwam was het het allemaal dubbel en dwars waard. Wat een geweldig gezicht. Na een half uur van dit schouwspel genoten te hebben zijn we weer terug in ons bed gedoken, zodat we niet de hele dag chagrijnig rond zouden lopen. Eenmaal uitgerust en na een stevig ontbijt met pannenkoeken en honing gingen we de omgeving verder verkennen. Onze doelen waren uitzichtplatform 3, en het dorpje in het dal, Dazhai. Dit is allemaal gelukt (al was het een stevige klim) en overal was het uitzicht super. Net voor aankomst in het dorp besloot Johannes, die toch al een zwembroek aanhad, dat hij maar moest gaan zwemmen in de beek. Tussen twee watervallen zocht hij even lekker afkoeling (want ja, ook in Zuid-China is het belachelijk warm). Daarna nog koekjes uitgedeeld op de brug, en weer naar boven geklommen. Na wat chillages en een avondwandeling was de dag alweer voorbij.
De volgende ochtend besloten we dat ons volgende doel (Sanjiang) misschien een beetje ver weg was (de terugreis naar Guilin zou 5 uur zijn), dus hebben we maar een random dorp (Daxu) uit de reisgids gekozen om naartoe te gaan. Maar eerst zijn we 's ochtends nog heel even langs de rijstvelden naast die van ons gegaan, om tot de conclusie te komen dat die van ons toch net iets mooier waren. Daarna nog wat leuke mensen ontmoet in de minibus naar Guilin, en eenmaal daar op de taxi gesprongen richting Daxu (wat nogal een hobbelweg bleek te zijn). Daxu bleek een charmant, maar heeeeel erg klein vissersdorpje aan de Li Rivier. In het hotelletje dat we vonden werd niet eens één woord Engels gesproken, dus na weer een potje hints konden we het dorp gaan verkennen. Twee leuke straten, met daartussen een brug die zo oud is dat er bomen uit groeien, een tempeltje met veel dragons en een droge rivierbedding zijn eigenlijk de enige dingen die er te zien waren. Het was heel erg leuk, en we hebben vooral heel veel gerelaxed aan de kade. Bij het eten kregen we de plaatselijke specialiteit voorgeschoteld; meerval met chili (mmmmmm, smaakt naar zure, pittige modder met boter). Nog even met de ferry naar het eiland aan de overkant gegaan (dat volstaat met bamboebossen, bonenplanten en vooral ook heel erg veel pompoenplanten).
Op 6 augustus ging ons vliegtuig, dus 's ochtends op de bus gestapt en daarna nog een tijdje rond gezwerfd in Guilin. Uiteindelijk maar bij een restaurantje gaan zitten omdat de rugzakken wel wat zwaar werden. Op het menu stonden onder andere cobra, everzwijnenpiemels, muntiac (minihertje) en mussen. Wij zijn maar voor wat veiligere opties gegaan en hebben nog best lekker gesmikkeld. Daarna zijn we op zoek gegaan naar de plaats waar de bus naar het vliegveld zou vertrekken, om vervolgens toch een taxi te pakken. Op het vliegveld ging alles zo soepel als het maar kon, en we zijn stipt op tijd geland in Kunming.
Groetjes!
Yangshuo en omgeving
Hallo!
Toen we om 10 uur (oeps!) wakker werden in onze slaapzaal in Guilin, waren onze New Yorkse kamergenootjes al vertrokken. We hebben ons in recordtempo opgefrist en zijn op zoek gegaan naar de bus naar Yangshuo. Die was snel gevonden, maar aangezien wij de eerste passagiers waren en de bus niet vertrekt voordat ‘ie vol zit, hebben we nog flink wat door Guilin gecirkelt voordat we ook echt vertrokken (bussen in China zijn vooral particulier, dus weinig passagiers is weinig centjes). Eenmaal in Yangshuo hebben we meteen een fietsachtig ding met een motor, een laadbak en een parasol erop aangehouden om ons naar het hotel te brengen.
Het hotel is echt ge-wel-dig; een omgebouwde boerderij midden in het karstgebergte, echt zo sfeervol als maar kan. De eigenaresse komt uit Someren en het zit hier dan ook propvol met Nederlanders. Wij zijn na een veel te laat ontbijt (warme appeltaart :D) op de fiets gestapt om de omgeving te verkennen, en die is echt nog zo veel mooier dan op de foto. Karstbergen overal om je heen, een prachtige rivier ertussen en op elke plek waar dat mogelijk is liggen rijstvelden met waterbuffels erin. Eerst zijn we richting Moon Hill gegaan, een berg waar in het midden een groot gat in zit. Het was een hele klim, maar het uitzicht vanuit het gat in de berg was het echt hartstikke waard. Wij waren eigenlijk al helemaal tevreden, maar een bordje met No Entry trok onze aandacht en het pad erachter moest echt even verkend worden. Wat blijkt... het was de sluiproute die alle Chinese toeristen namen (we waren ze al even kwijt) om naar de top van de berg te komen. Weer een hele klim, dit keer over een modderpad met een hoop scherpe stenen, maar uiteindelijk kregen we daarvoor een adembenemend uitzicht en dat hadden we helemaal voor onszelf (alle Chinezen stonden ondertussen weer beneden).
Daarna naar de Dragon bridge (YuLong Qiao, Johannes kan het op z'n Chinees) gefietst, en weer eens dikke avonturen beleefd. De heenweg verliep gladjes, we staken de rivier over op een bamboevlot, volgden de weg, door rijstvelden, kleine dorpjes en tussen bergen door, en kwamen uiteindelijk (eventjes via een vrij drukke weg) uit bij een mooie brug. Ik kan wel pogingen doen om het uitzicht te beschrijven, maar je moet het eigenlijk met je eigen ogen zien om het te begrijpen. Op de terugweg besloten we de andere kant van de rivier af te fietsen (dezelfde route terugrijden vinden wij voor watjes), wat er uiteindelijk op neerkwam dat we door zandpaadjes waar eigenlijk niet eens een fiets op past, en later door rijstvelden en moestuintjes gereden zijn, om uiteindelijk in het pikdonker, begeleid door tientallen vuurvliegjes, aan te komen in ons hotel. Nu hebben we net een bord spaghetti op (ze hebben zelfs hutspot, maar Sophie heeft het weerstaan), en wachten we op onze Mojito. Morgen schrijven we verder.
Intussen is het 'morgen'avond. We hebben weer een lange, vermoeiende, maar ow zo verschrikkelijk mooie dag achter de rug. Half acht stonden we snel op, want onze buikjes verlangden al naar de tosti's die we vervolgens met veel genot opsmikkelden. Daarna zijn we meteen op de fiets naar Yangshuo, de grote touristenstad (voormalig vissersdorp) van de omgeving, om te kijken waar de hype nou eigenlijk over gaat. Zoals verwacht werden we teleurgesteld; gelukkig geen wandelende Mickey Mouse, maar wel duizend-en-één souvenirstandjes en veel hawkers die je van alles willen aansmeren. Daarnaast moesten we handtekeningen uitdelen aan minstens acht Chinese scholieren. We zijn vrij snel naar het busstation gefietst, om naar Yangdi te vertrekken voor hike/boottocht van 24 kilometer.
Na een busreis van anderhalf uur, deze keer zaten er wel 3 levende kippen in de bus, kwamen we bij de pier en staken we de Li Rivier over. Na een flinke wandeling door dorpjes, bamboebossen, rijstvelden en andere akkers, met nog steeds het prachtige karstgebergte op de achtergrond (de Chinezen zien in elke top iets speciaals, zoals een zwaaiende hand of een ‘grandpa staring at apple tree'), zijn we de rivier nog eens overgestoken. Daar kwamen we na weer wat wandelen een oud omaatje tegen, die ons wel even wilde voederen. Dus wij gingen mee naar haar huisje, en hebben daar rondgesnuffeld terwijl zij druk bezig was om noedels met ei, knoflook en chilipepers te maken op open vuur. Het was heerlijk, maar echt genoeg om 20 man te voeren, dus onze buikjes waren na afloop iets tè rond. Hierna zetten we onze tocht voort, maar na een tijdje liep ons pad dood. Gelukkig zijn er genoeg bamboeboten die je maar al te graag naar de eindbestemming XingPing mee willen nemen. Zo hebben we ook nog vanaf de rivier zelf van de views kunnen genieten.
Vanuit Xingping reden we terug naar Yangshuo en fietsen we door naar ons hotel om vervolgens meteen weer te vertrekken... We hadden immers nog 1,5 uur daglicht te gaan! Nog even een tour van 6 km gemaakt en toen was de dag helemaal uitgemolken. Nu genieten we van een pizza en een banana yoghurt shake met krekels in de achtergrond.
Groetjes